Terwijl de kinderen binnenkomen, klinkt er rustige muziek. De voorganger opent met een gongslag de viering.
Bladmuziek en geluidsvoorbeelden
Van de liederen die in deze viering gezongen worden zijn bladmuziek en geluidsvoorbeelden beschikbaar. Deze kunt u aanvragen door een mail te sturen naar: hemelenaarde@remove-this.kwintessens.nl
download het Wordbestand met de kerstviering
2 Welkom door de voorganger
De voorganger spreekt de welkomstwoorden uit.
Welkom iedereen! Fijn dat jullie er allemaal zijn. Het toneel is mooi versierd. Er staat een grote kaars. En er hangen zelfs gouden slingers. Prachtig! Dat moet ook, want vandaag vieren we een groot feest, het kerstfeest. We vieren dat Jezus geboren werd. Jezus was een heel bijzonder mens. De mensen noemen hem ook wel: ‘Koning van de vrede’. Hierover gaat het als wij vandaag samen luisteren en zingen en bidden. En let goed op, want we zijn vandaag niet alleen! Er zijn ook drie bijzondere gasten en die komen alle drie iets vertellen. Maar eerst steken we de grote kaars aan en gaan samen zingen.
3 Aansteken van de grote kaars
Een kind steekt (met behulp van eenaansteekkaarsje) de grote kaars aan.
4 Lied: Het is nu zover, we vieren nu feest
Allen zingen dit lied. (Melodie: Het is weer zover, het is weer advent) (Als de melodie van dit lied niet bekend is, kunt u natuurlijk ook een ander bekend kerstlied zingen, bijvoorbeeld: Wij komen tezamen.)
Het is nu zover, we vieren nu feest. Kijk hoe de grote kaars al brandt. Het licht dat vertelt van vrede die komt licht zal er schijnen, licht overal.
Refrein: Wat een geluk en zing het maar blij: kerstfeest voor ieder voor jou en voor mij.
Het is nu zover, we vieren nu feest. Kijk eens hoe alles is versierd. Het kerstfeest dat komt en Jezus wil zijn: Koning van vrede voor iedereen Refrein
5 De koning
Twee groepjes kinderen uit de onderbouw gaan aan de beide zijkanten op of vóór het toneel staan. De voorganger slaat op de gong. De koning komt naar voren, stopt midden op het toneel en zegt:
Ik ben de koning van het land en ik regeer met strenge hand Ik ben de baas van alle mensen En… ieder luistert naar mijn wensen. Mijn grote huis: dat is het mooist, mijn hoge troon: die is van goud, Ja, ik krijg álles, álles waar ik veel van houd!
Kijkt omhoog en wijst Die glanzende slingers… die zijn vast voor mij! (Wrijft in z’n handen.) Dat wordt weer een feestje… daarvan word ik blij!
De kinderen die aan beide kanten van het toneel staan, komen wat dichter naar de koning toe en zingen:
We maken nu een koortje van jongens en van meisjes (Melodie: We maken een kringetje van jongens en van meisjes)
Wij maken nu een koortje van jongens en van meisjes, Wij jagen nu hier samen die koning weg: Hij wil de báás zijn. (Ze wijzen naar de koning.) Hij wil de báás zijn. Ga maar wég! ga maar wég! Want je hoort hier echt niet thuis. Ga maar wég! Ga maar wég! Ga maar naar je gouden huis.
De koning sluipt tijdens de laatste regels van het lied weg. De kinderen gaan weer op hun plaats zitten.
6 De herder
De voorganger geeft een slag op de gong. De herder komt naar voren, stopt midden op het toneel en zegt:
Ik ben een herder van de schapen. En gist’ren in de donk’re nacht - we lagen al te slapen - toen was er zomaar onverwacht een licht! Een helder-stralend licht! En… een engel met een goed bericht: een koningskind was er geboren!! Een pracht-verhaal dat móet je horen:
De herder gaat naar de lezenaar, pakt de Bijbel en geeft die aan de voorganger. Hierna gaat hij in de buurt van de kribbe op de grond zitten.
7 Kerstverhaal
De voorganger pakt de Bijbel en vertelt:
Ik zal jullie vertellen wat de herder heeft meegemaakt. Het staat in dit boek, in de Bijbel. Luister maar:
In de heuvels van Betlehem wonen herders. Overdag lopen ze met hun schapen in de velden. Op zoek naar gras. ’s Avonds rusten ze uit. Dan maken ze een vuur. Om het vuur wordt gegeten. En er worden verhalen verteld. Verhalen over vroeger. Over beroemde koningen of over dappere mensen. Vanavond praten ze over koning David. Ze vertellen vaak verhalen over David. Want die koning is - net als de mannen om het vuur - zelf ook herder geweest. ‘Zó’n koning was David!’ zeggen de herders en ze steken hun duim omhoog. ‘Heel wat beter dan die prulkoning van een Herodes die we nu op de troon zit,’ zegt er een. ‘Koning?’ moppert een ander. ‘Koning Herodes is helemaal geen koning. Dat is een dief. En een moordenaar.’ ‘Stil toch!’ zeggen de anderen geschrokken. ‘Straks hoort iemand je nog. Pas maar op. Als koning Herodes ervan hoort, gaat je kop eraf. Als hij iets wil, dan gebeurt het.’ Langzaam worden ze allemaal stil; ze denken aan een koning die anders is, een die écht goed zorgt voor de mensen.
Dan opeens daalt er een engel uit de hemel. Wit als sneeuw en stralend als de zon zelf. De herders schrikken. ‘Wees maar niet bang!’ zegt de engel. ‘Want ik heb goed nieuws. De nieuwe koning is geboren.' De herders beginnen door elkaar heen te praten. ‘Een nieuwe koning? Waar?’ De engel zegt: ‘Als je naar Betlehem gaat, zul je een kindje vinden. Het ligt in een stal.’ Opeens zien de herders om de engel heen een hele groep engelen. Ze zingen samen een prachtig lied. ‘Eer aan God in de hoge hemel. En vrede op aarde, voor alle mensen van wie God houdt.’
Opeens zijn de engelen verdwenen. De herders kijken elkaar aan. ‘Kom,’ zeggen ze, ‘we gaan er meteen op af.’ Ze rennen over het pad. Ze hebben haast. Zoiets wonderlijks willen ze meteen zien. In Betlehem vinden ze een stal. Daar brandt nog vuur. Naast het vuur zitten Jozef en Maria. Tussen hen in staat een voerbak waar anders de dieren uit eten. Maar vannacht niet. Vannacht ligt er een kindje in. Het is ingestopt in de omslagdoek van Maria.
De herders buigen zich over het kind. Ze vertellen aan Jozef en Maria, wat de engel hun heeft verteld. Jozef vindt het maar een gek verhaal. Een nieuwe koning geboren! Hier in deze stad? Maar Maria vindt het verhaal niet gek. Ze weet dat Jezus een bijzonder kind is en ze bewaart alles wat de herders vertellen in haar hart. Op een plekje waar ze het nooit zal vergeten.’ De herders gaan weer terug. Naar hun schapen in de velden van Betlehem. Maar die nacht zullen ze nooit vergeten. Bron: (bewerkte) tekst uit: Om te beginnen van B.v.Pelt en A.A.de Fluiter.
Maria en Jozef komen met het kindje naar voren en leggen het kindje in de kribbe en gaan naast de kribbe staan. De herder hangt de banderol met de tekst: koning van de vrede boven de kribbe.
8 Lied: Er is een kindeke geboren op aard
De regels worden eerst door één kind of enkele kinderen gezongen en herhaald door allen.
Er is een kindeke geboren op aard ’t Kwam op de aarde voor ons allemaal.
Er is een kindeke geboren in ’t strooi, ’t lag in een kribbe, bedekt met wat hooi.
’t Kwam op de aarde en ‘t had er geen huis ’t kwam op de aarde en droeg al zijn kruis.
’t Kwam op de aarde voor ons allegaar en ’t wenst ons allen een Zalig Nieuwjaar.
9 De wijze
Twee groepjes kinderen uit de onderbouw gaan aan de beide zijkanten op of vóór het toneel staan. De voorganger slaat op de gong. De wijze (met een ster in de hand) komt naar voren, stopt midden op het toneel, hangt een ster op aan de gouden slinger en zegt:
Ik ben een wijze en ik weet van alles over elke ster. Kom luister mee naar wat ik deed: ik ging op weg, ik reisde ver… Een grote ster wees mij de weg en bracht mij bij een stal. Daar was iets heel bijzonders zeg, iets wat je niet geloven zal, iets wat je écht niet had verwacht: een pasgeboren kindje klein. En weet je wat ik zomaar dacht: dat moet beslíst een koning zijn! Maar nee, geen koning die beveelt die alles doet voor goud Maar wel een goede koning die écht van mensen houdt!
De kinderen die aan beide kanten van het toneel staan, komen wat dichter naar de koning toe en zingen:
Wij maken nu een koortje van jongens en van meisjes, Wij zingen hier nu samen een prachtig lied. Maken een buiging, (buigen) maken een buiging. Voor het kind, voor het kind voor het nieuwe koningskind. Voor het kind, voor het kind dat de vrede voor ons vindt.
10 Lied: De wijzen
(Muziek: W.ter Burg, tekst: H. Lam - uit: Alles wordt nieuw I, 17/ NZV)
De wijzen, de wijzen, die gingen samen reizen, vertrouwend op de koningsster, zij wisten niet hoe ver.
Zij hebben gevonden het kind door God gezonden, dat koning en dat knecht wil zijn van ieder groot en klein.
De wijzen, die weten van sterren en planeten, die baden nu in zonnelicht en doen hun ogen dicht.
De wijze gaat bij de herder staan.
Drie Koningen (digibord)
00
Drie Koningen
L’Adoration de Mages (De aanbidding der koningen)
Deze miniatuur staat in het getijdenboek met de titel Les Petites heures du Jean, Duc de Berry. Jean de Berry (1340-1416), hertog van Berry en Auvergne, was een groot kunstliefhebber. Rond 1372 gaf hij opdracht tot het maken van dit getijdenboek.
Drie Koningen (printversie)
11 Kerstwensen
De voorganger en de kinderen die een kaars neerzetten komen naar voren. Voorganger:
Jezus is een heel bijzonder koningskind. Hij wilde vrede op aarde brengen. Hij deed goede dingen voor de mensen. En hij hoopt dat mensen ook goed voor elkaar zullen zijn. dan kan het pas écht kerstfeest worden.
We denken aan alle mensen die het niet goed hebben. Voor hen zijn onze wensen, voor hen bidden wij:
We denken aan mensen die alleen zijn, mensen die geen huis hebben en nergens bij horen. Wij wensen dat er andere mensen mogen zijn die voor hen willen zorgen Een kind van de bovenbouw steekt een kaars aan aan de grote kaars en zet deze bij de kribbe.
We denken aan mensen die verdrietig zijn, aan mensen die erg ziek zijn en pijn hebben. Wij wensen dat ze getroost en verzorgd mogen worden. Een kind van de bovenbouw steekt een kaars aan aan de grote kaars en zet deze bij de kribbe.
We denken aan de mensen op de wereld die arm zijn en niet genoeg te eten hebben. We wensen dat alles wat er op de wereld is, eerlijk verdeeld mag worden. Een kind van de bovenbouw steekt een kaars aan aan de grote kaars en zet deze bij de kribbe.
We denken aan de mensen die de baas willen spelen, die ruzie met elkaar hebben en elkaar verdriet doen. We wensen dat we samen een wereld kunnen maken waar mensen het samen goed hebben, waar écht vrede is. Een kind van de bovenbouw steekt een kaars aan aan de grote kaars en zet deze bij de kribbe.
Vrede voor jullie allemaal - Ik wens iedereen een heel goed en gelukkig Kerstfeest!
12 Lied: Midden in de winternacht
(Eventueel begeleid met muziekinstrumentjes, bespeeld door verschillende kinderen.)
Midden in de winternacht, ging de hemel open. Die ons heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen
Refrein Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet. Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan. Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen: Christus is geboren!
Vrede was er overal, wilde dieren kwamen Bij de schapen in de stal, en zij speelden samen. Refrein
Ondanks winter sneeuw en ijs bloeien alle bomen, Want het aardse paradijs is vannacht gekomen. Refrein