Engelenboodschap II
M: ‘Vannacht was er een engel. Zomaar uit het niets stond hij voor me.
Om hem heen straalde het licht. Zijn vleugels waren zo wit als sneeuw. Weet je wat hij tegen me zei?’
E: ‘Ik ben een engel van God, ik heet Gabriël. En jij bent Maria.’
M: ‘Snap je nou hoe hij mijn naam wist? Ik had hem nog nooit gezien, niet eens in mijn dromen. Hij zei nog meer.’
E: ‘Ik kom je iets moois vertellen, Maria. Je zult een kindje krijgen.
Geen gewone baby, maar de zoon van God. Als hij groot is, wordt hij koning.’
M: ‘Ik stond daar en keek de engel verbaasd aan. Een baby? Ik? En nog wel een kindje van God? Ik wist helemaal niet wat ik moest zeggen. Maar de engel vond dat helemaal niet gek.’
E: ‘God heeft jou gekozen, Maria. Je zult voor de jongen zorgen samen met de man met wie je gaat trouwen, Jozef.’
M: ‘En toen verdween de engel. En al dat prachtige licht verdween ook. Het leek wel of er niets was gebeurd. Maar weet je, ik voelde me zo raar. Ik wist gewoon dat het waar was wat de engel had gezegd.’
Tekst: Simone Gerich, uit Licht dat nooit meer dooft, 2008 NZV Uitgevers.
